Nico haalt de Alkmaarse courant

Nico Kraakman krijgt lintje voor zijn grote verdiensten voor de biljartsport

’Mijn lust en mijn leven’

Nico Kraakman krijgt het lintje opgespeld door de Langedijker burgermeester

Robin Kaandorp

,,Ja dat was wel een vol­sla­gen ver­ras­sing”, ver­telt Nico Kraak­man. De Lan­ge­dij­ker werd woens­dag­avond be­noemd tot Lid in de Orde van Oran­je-Nas­sau van­we­ge zijn gro­te ver­dien­sten voor de re­gi­o­na­le bil­jart­sport.

In het dorps­huis van War­men­hui­zen was het bur­ge­mees­ter Cor­ne­lis­se, die hem het lint­je kwam op­spel­den tij­dens de al­ge­me­ne le­den­ver­ga­de­ring, van het dis­trict dat hij zelf heeft hel­pen op­rich­ten, Noord­west Ne­der­land. Het is dan ook een in­druk­wek­ken­de staat van dienst die de 72-ja­ri­ge in­wo­ner van Noord-Schar­wou­de voor kan leg­gen.

Voor­zit­ter

Vijf­tig jaar lid van Som­broek Lan­ge­dijk, waar­van hij er 42 jaar als voor­zit­ter dien­de. Daar­naast was hij 45 jaar wed­strijd­lei­der van het dis­trict en speel­de dus een voor­na­me rol in de sa­men­voe­ging van de dis­tric­ten Scha­gen en Den Hel­der in de ja­ren ne­gen­tig. Het was ook in die pe­ri­o­de dat hij zijn groot­ste suc­ces als bil­jar­ter vier­de. ,,In 1998 ben ik een keer dis­tricts­kam­pi­oen ge­wor­den en plaatste ik me voor het ge­wes­te­lijk kam­pi­oen­schap. Ik werd daar vier­de, maar dat gaf niet. Ik kijk er met veel ple­zier op te­rug.”

Kraak­man, die ook een paar keer club­kam­pi­oen werd, be­gon op zijn tien­de met bil­jar­ten. ,,In de ach­ter­zaal van Ho­tel De Burg. Daar was het op zon­dag al­tijd een zeg maar ge­zel­lig sa­men­zijn voor de jeugd van 10 tot 16 jaar. En daar kon je dan kla­ver­jas­sen, ta­fel­ten­nis­sen, dam­men en dus ook bil­jar­ten. Wa­ren we mooi zoet met een koek en glas fris. Maar ik vond bil­jar­ten met­een al een heel mooi spel­le­tje.”

La­ter speel­de hij na werk­tijd veel in café De Schel­vis. ,,En ook op zon­dag­mor­gen en na af­loop van re­pe­ti­ties van het kerk­koor.” Maar pas na­dat hij mi­li­tai­re dienst kwam, ging Kraak­man in club­ver­band spe­len. ,,Daar­voor was er nog niets, maar toen ik thuis kwam, hoor­de ik dat er net een nieu­we club was op­ge­richt en ben ik met­een lid ge­wor­den.”

Die club werd het hui­di­ge Som­broek Lan­ge­dijk, dat met 120 le­den een van de groot­ste in de wij­de om­trek is en waar hij dus ja­ren­lang bij­na da­ge­lijks ac­tief was, naast zijn re­gu­lie­re werk. ,,Ik werk­te eerst voor de le­vens­mid­de­len­zaak van mijn va­der op zelf­be­die­nings­wa­gen, maar die zei op zijn sterf­bed: ga maar naar een baas toe, want hier zie ik voor jul­lie geen brood meer in. Ik ben daar­na bij de Spar gaan wer­ken als groe­ten­man en uit­ein­de­lijk bij de De­ka­markt.’’

Geest­meram­bacht

En­ke­le ja­ren ge­le­den trad hij te­rug als voor­zit­ter. ,,En in­mid­dels heb ik al mijn ta­ken zoet­jes­aan flink ver­min­derd, want het werd tijd dat de jeugd het over ging ne­men en die wil ik ze­ker niet in de weg zit­ten. Maar ik ben nog al­tijd vier da­gen in de week in Geest­meram­bacht te vin­den. Ik woon om de hoek en ga so­wie­so al­tijd even langs om de boel schoon te ma­ken en de bal­len op te poet­sen. En daar­naast speel ik nog steeds, ook in de com­pe­ti­tie. Het is al­tijd mijn lust en mijn le­ven ge­weest en ik ben er nog steeds niet van­daan te knup­pe­len. Mijn vrouw heeft trou­wens al­tijd goed ge­von­den. Dat is ook wel heel be­lang­rijk.”

Al is Kraak­man in­mid­dels al twaalf jaar ge­pen­si­o­neerd en dus veel va­ker thuis. ,,En dat vindt zij ge­luk­kig ook goe­d”, ver­telt hij la­chend.