Even niet biljarten

Drie ballen in een doosje

die liggen al een poosje.

Het krijtje alleen ernaast,

ze hebben geen haast.

Toch een mooi stilleven

al is het maar voor even.

Verstild en stilletjes,

’t is wel erg killetjes.

Kijkend naar dat triest gezicht

schrijf ik nu dit rot gedicht

Denkend aan wat eens nog was,

toen nog ieder in z’n sas.

En hoe vergaat het nu de leden?

Hoe vaak wordt er wel gebeden

wanneer mogen wij weer ballen gaan?

We zijn het zat, dat stille staan.

Nog een maand of twee of drie,

dan is er de remedie.

Dan: voor iedereen ‘een troost-je’

Geen ballen in een doosje.